sluiten X

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie

Artikel afbeelding

De Kunsten als oplossing voor een leven in een VUCA-maatschappij

Eind vorige week kreeg ik van Geert Degrande (schrijver, auteur en journalist @mediahuis) het artikel 'Mentale gezondheid op de werkvloer boert achteruit' doorgestuurd. Het verscheen 6 november jongstleden op HR.square; een netwerkplatvorm voor arbeidsrelaties en personeelsbeleid. Het artikel meldde dat in tegenstelling tot 2009 waarbij 24% van de organisaties een toename van mentaal on-welzijn op de werkvloer opmerkten dit in 2015 reeds 41%is. In zijn begeleidende mail schreef hij: "Als we deze cijfers zien, dan is er toch iets fundamenteel mis aan het gaan".

Hij heeft gelijk. Helaas zijn dergelijke cijfers absoluut niet verbazend als je maar eventjes bedenkt in wat voor een maatschappij we vandaag leven: een maatschappij waarin de Ander niet meer bestaat en we tegelijk de illusie hebben dat de Ander hét grote antwoord kan geven op het steeds groter wordende gevoel van onbehagen in onze maatschappij. Niet in het minst hebben we de wetenschap – die ons herleidt heeft tot een ‘ding’ – een belangrijke rol gegeven; zoniet de hoofdrol. We zijn producten geworden die in de eerste plaats geld moeten opbrengen. Ik zeg niets nieuws wanneer ik schrijf dat ziekenhuizen bedrijven zijn geworden waar niet de mens maar wel een zo kort mogelijke bedbezetting (lees: hogere ligdagprijs) de dienst uitmaakt. Als ik in het bijzijn van andere therapeuten spreek over 'mensen', gaan de wenkbrauwen omhoog. En dra nadat ik het woord “patiënt” over mijn lippen laat rollen, hoor ik een vrijwel onmiddellijke correctie naar “cliënt”.

Pillen (Ik wacht op de "burn-out-pil" die dan misschien toepasselijk de "burn-in-pil" kan gaan heten en slechts een nieuw etiket zal zijn dat dan wordt ingebrand) moeten ons vandaag nog steeds gelukkig maken. En toen ik jaren geleden als student lid was van de visitatiecommissie voor de Vlaamse hogescholenraad, hoorde ik toen reeds spreken over “deeltijdse en fulltime equivalenten”. Er werd zelden gesproken over “collega’s, teamleden of werknemers”. We proberen onze wereld te managen, te plannen, alles en iedereen te regelen en gaan er daardoor verkeerdelijk van uit dat de wereld ook werkelijk geheel naar ons verlangen te regelen valt . Het is een gedachte die ik deel met Ralf Wetzel, professor organisatie en management aan de Vlerick Business School te Brussel.

Het managen van de VUCA-maatschappij
Als ik verderop in het artikel lees dat “een opleiding van managers van cruciaal belang” is teneinde de toenemende cijfers van mentaal on-geluk een halt toe te roepen heb ik daar bedenkingen bij. Men specificeert immers niet wat voor ‘opleiding’ men dan wel voor ogen heeft. Hierdoor vrees ik dat dit old-school opleidingen zullen zijn: vertrekkende vanuit de ratio en tevergeefs trachtend onze continue veranderende wereld in het gareel te houden; of om het met ondernemerstaal te zeggen: onze VUCA-maatschappij te managen. Het is een wereld die gekenmerkt wordt door vier elementen: volatile (snel veranderend), uncertain (onzeker), complex en ambiguous (vaag/dubbelzinnig). De tijd waarin je vandaag iets leren kan en dit binnen de 24 uur toepassen waardoor wat je doet vernieuwend is, is immers reeds lang voorbij. Want vierentwintig uur later is wat gisteren nieuw was alweer verouderd.

De illusie van het regelen

En toch, ondanks steeds alarmerender cijfers en toenemend on-geluk blijven we proberen om de VUCA-wereld te temmen en in ónze pas te laten lopen door alles te plannen en te regelen; het Autisme lijkt op die manier iedereen te treffen. We doen niets liever dan opvoeden, opleidingen en trainingen te geven op basis van theoretisch, ‘wetenschappelijk onderbouwde’ modellen, prognoses en minutieuze planning. We trachten ons hele leven te regelen en verwachten op alle mogelijke domeinen eenduidigheid (onderwijs, gezondheid, media, politiek…).
Via het excessief regelen trachten we vat te krijgen op het leven, op wat ons overkomt en op datgene waar we niet steeds een (ant)woord voor hebben. Wat een illusie; voor velen toch. Zolang preventie en opleidingen vertrekken vanuit dergelijke ratio en tips & tricks zal er niets veranderen aan het mentaal on-geluk van mensen.

Onderworpen aan het discours van schematisering zullen er zich vandaag - begin november - in sommige gezinnen nu al ogenschijnlijke rampen aandienen omdat zoon- of dochterlief in het eerste leerjaar het cijferdictee van de getallen tot en met 10 nog niet in de vingers heeft. Docenten en assistenten aan voortgezette opleidingen komen in de problemen als ze papers van studenten dienen te scoren die weliswaar getuigen van hoge kritische zin en kennis van het onderwerp maar niet binnen de vooraf uitgestippelde lijnen vallen. En hele teams en bijhorende PM's gaan op hun gat als klanten opeens van gedacht veranderen.

Twee noodzakelijke ingrediënten

Ja, ik ben voorstander om met mensen rond mentaal welzijn aan de slag te gaan. Liefst, voorkom ik dat mensen zich in rijen aan mijn privépraktijk aanbieden; al is dat uiteraard niet altíjd te vermijden. Maar neen, ik geloof niet in opleidingen die vanuit de ratio vertrekken. Een van de belangrijkste ingrediënten die werknemers en leidinggevende - kortom mensen - volgens mij vandaag nodig hebben maakt er zelden deel van uit: kunnen improviseren zonder angst. Improviseren beperkt zich niet zoals professor Wetzel inderdaad zegt tot het zomaar opnoemen wat het eerst in je opkomt. Het is werkelijk durven en kunnen kijken en luisteren en daar verder op bouwen. Het is met een comfortabel gevoel kunnen verder werken op een op het eerste zicht zeer oncomfortabele situatie.

Een hele weg te gaan voor wij die onze levens in die mate hebben georganiseerd dat we helemaal van de kaart zijn als er iets niet volgens plan verloopt.

De Kunsten als uitweg

Waar de oplossing volgens mij, professor Wetzel en anderen ligt is in de wereld van de kunsten. Niet voor niets werk ik zowel in mijn privépraktijk als in de ondernemerswereld zonder op voorhand uitgewerkte protocollen. Door mensen de gelegenheid te geven vrijuit te spreken, beeldend te werken of in het veld van de spel binnen te gaan hebben ze de mogelijkheid om keuzes te maken, zich te verspreken, te reflecteren en op zoek te gaan naar een oplossing die voor hen werkt. Als je met verf aan het werk bent dan kunnen vele dingen gebeuren: de kleur is niet de kleur die je wou, de verf reageert op een andere manier dan je dacht met de drager waarop je werkt, de compositie is niet wat je voor ogen had, je niest en schiet met je penseel uit over je werk… Er kunnen zoveel dingen plotsklaps anders zijn dan je gepland had. De vraag is dan: wat doe je hiermee? Word je kwaad en chagrijnig omdat het niet volgens plan verloopt? Stop je ermee en dump je je werk in de prullenmand? Of denk je: “aha, en nu?” en “ok, dan doe ik nu zus of zo verder”. Dát is precies wat mensen vandaag onder meer nodig hebben: de vaardigheid om te kunnen reageren met “Ja, en” en op die manier iets nieuws uit te vinden. Dit in plaats van “Neen” en zoals graan bij een windstoot te gaan liggen en pas na uren weer overeind te komen, niet wetend wat te doen.

De kunsten zijn het medium bij uitstek om daarmee te experimenteren, hierin in te groeien en dit eigen te maken. Weg van de ratio en zijn vaak ziekmakende regelgeving. Voor wie er niet van overtuigd is: het is dé manier waarop kinderen ontwikkelen. Zij leren al spelend. Wij, volwassenen, zijn er als de dood voor om te spelen. We hebben het spelen verleerd, uit ons leven verbannen en daarmee tegelijk onze kans om te doen wat vandaag noodzakelijk is: angstloos kunnen improviseren in een steeds veranderende omgeving. Art Crossing kiest dus zowel in de privépraktijk als op de werkvloer niet voor niets resoluut om met mensen aan de slag te gaan via de weg van de beeldende kunsten en de mogelijkheden die het theater ons brengt met hulp van Lara Debeuf, onze dramatherapeut.

Conclusie

Zijn deze nieuwe cijfers verrassend? Nee dat zijn ze niet. Kunnen we een kentering in teweeg brengen? Ja, maar dan moeten we datgene doen wat nooit in onze planning staat: improviseren, zeggen: “Ja, en”. Dát is wat er volgens mij, Ralph Wetzel en anderen, écht nodig is.

Op November 20, 2015